Werkvorm
De tegenspraak-oefening
We zoeken vooral naar wat ons gelijk geeft. Deze werkvorm draait het om: bewijs eerst dat je het mis kunt hebben.
We zoeken vooral naar wat ons gelijk geeft. Deze werkvorm draait het om: bewijs eerst dat je het mis kunt hebben.
Een risico-inschatting die alleen bevestigt wat je al dacht, heeft niets gecontroleerd.
Zo doe je het
- Iemand doet zijn inschatting hardop: “dit gaat goed, omdat…”
- De rest heeft één taak: zoek bewijs dat het fout kan gaan. Niet de persoon aanvallen, wel de inschatting tegenspreken.
- Draai daarna om: wie twijfelde, noemt nu een reden waarom het tóch goed kan gaan.
- Besluit pas als beide kanten echt gehoord zijn.
Drie vragen die de bias breken
- Wat zou ik zien als ik ongelijk had?
- Welke informatie heb ik niet gezocht, omdat ik al een antwoord had?
- Wie zou het hier oneens mee zijn — en wat weet die wat ik niet weet?
Voor de begeleider — Waarom tegenspraak werkt
Zo begeleid je het
- Wijs één iemand aan als “tegenspreker” — dan is tegenspraak een rol, geen ruzie.
- Beloon het vinden van een zwak punt, niet het verdedigen van het plan.
- Kort en concreet: één inschatting per keer.
Waarom dit werkt
We merken vooral op wat past bij wat we al verwachten — de bevestigingsbias. Wie actief naar tegenbewijs zoekt, vindt de gaten die anders pas op de klus zichtbaar worden.
Bij deze kaart hoort een printbare PDF in twee delen: de kaart voor op tafel en een toelichting voor de begeleider. Vrij te gebruiken in je eigen team.