Home / Toolbox / Werkvorm
Werkvorm

Uit de driehoek stappen — van drama naar samenwerken

Aanklager, redder, slachtoffer: drie rollen waar teams onbewust in schieten. En de weg eruit.

TypeWerkvorm
Duur30–40 minuten
Voor wieTeams die vastlopen in hetzelfde gesprek
FormaatRollenschema + drie situaties + omkeerkaart

Waarom deze werkvorm

Ken je dat gesprek dat elke keer hetzelfde verloopt? Iemand wijst een schuldige aan, een ander springt erin om te sussen, en een derde voelt zich onterecht aangevallen. Niemand kiest daarvoor, en toch belandt het team er telkens weer in. Dat patroon heeft een naam — de dramadriehoek — en het aardige is: als je de rollen eenmaal herkent, kun je eruit stappen.

Je hoeft niet aan een boom te hangen om een eikel te zijn — en je hoeft geen slecht mens te zijn om in een rol te schieten die niemand verder helpt.

Wat er werkelijk gebeurt

De dramadriehoek kent drie rollen. De Aanklager zoekt de fout en de schuldige: “wie heeft dit gedaan?” De Redder neemt het over of praat het glad, ongevraagd: “laat mij maar.” Het Slachtoffer voelt zich machteloos: “ik kon er ook niets aan doen.” De rollen houden elkaar in stand — een aanklager heeft een slachtoffer nodig, een slachtoffer roept een redder op — en zolang ze draaien, verandert er niets aan de situatie zelf.

Voor veiligheid is dat gif. Waar de aanklager regeert, worden fouten verstopt in plaats van gemeld. Waar de redder alles opvangt, leert niemand het zelf. En het slachtoffer wacht af tot een ander het oplost. Tegenover elke rol staat een gezonde variant — samen de winnaarsdriehoek: de aanklager wordt uitdager (benoemt het probleem zonder de persoon af te schrijven), de redder wordt coach (helpt de ander het zelf te doen), het slachtoffer wordt speler (neemt een stap, hoe klein ook).

Hoe je hem gebruikt

  • Leg eerst de drie rollen kort uit. Houd het licht — iedereen herkent zichzelf hierin, en dat mag lachen.
  • Neem een van de situaties hieronder, of een echte uit je team. Vraag: welke rol pakt hier wie? Wijs geen personen aan, maar rollen.
  • Speel de situatie dan opnieuw, nu vanuit de gezonde variant. Wat zegt de uitdager in plaats van de aanklager? Hoe klinkt de coach anders dan de redder?
  • De sleutel is de omkering. Van “wie heeft dit gedaan?” naar “wat hebben we nodig om dit op te lossen?” Datzelfde probleem, een andere deur.

Drie situaties om mee te oefenen

  1. Er is iets misgegaan bij een klus. In het werkoverleg valt meteen de vraag: “Wie had er dienst?”
  2. Een collega loopt vast op een taak. Een ander neemt het zwijgend over “omdat het dan tenminste af is”.
  3. Bij een nieuwe werkwijze zegt iemand: “Ze bedenken maar wat daar boven, wij mogen het weer oplossen.”

De omkeerkaart

  • Aanklager → Uitdager: van “wie deed dit?” naar “wat zien we hier, en wat willen we anders?”
  • Redder → Coach: van “laat mij maar” naar “wat heb jij nodig om het zelf te kunnen?”
  • Slachtoffer → Speler: van “ik kan er niets aan doen” naar “wat is de eerste stap die ík kan zetten?”

Voor de begeleider

Let op de redder — dat is de rol die het aardigst lijkt en daarom het lastigst te herkennen is. Wie constant anderen redt, houdt onbedoeld hun machteloosheid in stand. Benoem het zonder oordeel: redden komt uit een goed hart, maar coachen levert meer op.

Gebruik geen echte, verse conflicten in de eerste ronde. Begin met de bedachte situaties, zodat mensen de taal leren zonder dat het meteen over henzelf gaat. Als de taal er eenmaal is, mag het dichterbij komen.

Wat je krijgt

Het rollenschema, drie oefensituaties en de omkeerkaart staan hierboven. Binnenkort ook als printbare praatplaat met beide driehoeken naast elkaar. Vrij te gebruiken in je eigen team.